KWR rapport - PCD 5 2020 (april 2020)

De toepassing van leidingmaterialen in met organische stoffen verontreinigde bodems. Permeatie

Rapporten

Het voorliggende document is de vijfde editie van deze praktijkcode. Naast een redactionele slag en actualisatie van (inter)nationale normen, Kiwa-beoordelingsrichtlijnen en Waterwerkbladen waarnaar wordt verwezen zijn de belangrijkste inhoudelijke wijzigingen ten opzichte van de vierde editie [26]:
– In deze editie van de praktijkcode wordt redactioneel onderscheid gemaakt tussen de beoordeling van bestaande situaties van bodemverontreiniging en de keuze van een leidingmateriaal voor nieuwe situaties. Risicogrenswaarden voor de beoordeling van bestaande situaties zijn uitgangspunt en desgewenst kan een materiaal met een hogere permeatieweerstand worden geselecteerd. Ten behoeve daarvan is een ‘ranking’ van leidingen van de verschillende materialen opgenomen ten aanzien van afnemende permeatieweerstand, met de combinatie van buizen en hulpstukken met bijbehorende verbindingen.
– De risicogrenswaarden volgens de PCD 5:2017 waren afgeleid op basis van de gemiddelde concentratie over één etmaal en niet op basis van de maximale (piek) concentratie na 8 uur stagnatie. In deze vijfde editie zijn tevens risicogrenswaarden op basis van deze ‘piekconcentratie’ opgenomen.
– Voor wat betreft leidingen van polyetheen waren uitsluitend de materialen PE 40 en PE 80 in de praktijkcode beschreven. Een literatuuronderzoek naar de eigenschappen van PE 100 heeft geen voor permeatie bruikbare gegevens opgeleverd, wat in deze praktijkcode is beschreven.
– Er zijn literatuurgegevens verwerkt over synergetische effecten op de permeatie in het geval bij een bodemverontreiniging sprake blijkt te zijn van meerdere stoffen.
– In 2017 is een separaat traject een inventarisatie uitgevoerd naar ‘nieuwe’ stoffen in verband met permeatie. Het overzicht aan organische stoffen die dit heeft opgeleverd, is in deze vijfde editie verwerkt.

Download pdf
Heeft u een vraag over deze publicatie?