Trendalert - Achterstallig onderhoud: Kans of bedreiging?
Details
Resilience Management & Governance
KWRW-Waterwijs
Wat zien we?
Gezamenlijk beheren het Rijk, de provincies, gemeenten en waterschappen 141.000 km aan wegen, 5.700 km vaarweg, 7.000 km spoor en tienduizenden civiele constructies. Omdat veel van deze infrastructuur uit de jaren ’50 en ’60 stamt, en een technische levensduur van 60–80 jaar heeft, is een groot deel nu gelijktijdig toe aan groot onderhoud of vervanging. Echter, achterstallig
onderhoud vormt een groeiend probleem met verstrekkende gevolgen voor de Nederlandse economie en samenleving.
Wat zit hierachter?
Ondanks dat Nederland voor de grootste onderhoudsopgave ooit staat, gaat er al meer dan tien jaar te weinig geld naar onderhoud. Volgens recente berekeningen zal het tekort oplopen tot 50 miljard euro in 2050.1 Desondanks heeft het kabinet vooralsnog besloten geen extra geld vrij te maken. De gevolgen van het geldtekort zijn overal merkbaar, bruggen, sluizen,
(vaar)wegen en spoorlijnen kampen steeds vaker met storingen, beperkingen en ongepland onderhoud. Dit leidt jaarlijks tot miljarden euro’s aan schade, hogere onderhoudskosten en uitstel van nieuwe investeringsprojecten. Naast het tekort aan budget spelen ook andere factoren een rol. Grote transities in het fysieke domein, zoals de energie-, landbouw- en woningbouwopgave, leggen extra druk op de schaarse bouw- en grondstoffen, stikstofruimte, fysieke ruimte, menskracht in de markt en specialistische kennis, die door vergrijzing bovendien steeds schaarser wordt. Tegelijkertijd vragen klimaatverandering, militaire, hybride en terroristische dreigingen, intensiever gebruik van infrastructuur, leefbaarheid en circulariteit om aanpassingen aan systemen die daar oorspronkelijk niet voor ontworpen zijn. Deze stapeling van opgaven vergroot de druk op de bestaande infrastructuur.