KWRW-Waterwijs
- KWRW 2026.054

Sociologisch Onderzoek Digitale Watermeter

KWRW-Waterwijs

Aanleiding: nood aan inzicht in temporele aspecten van waterconsumptiepatronen
Het onderzoeksproject Watergedrag in Vlaanderen toonde aan dat huishoudens met een regenwaterput gemiddeld 18 m3 kraanwater minder per jaar gebruiken. Op basis van jaarlijkse verbruiksgegevens kon echter niet nagegaan worden hoe deze verschillen zich doorheen de tijd manifesteren. Dit onderzoek richt zich daarom op de temporele patronen van het huishoudelijk kraanwaterverbruik i.r.t. een regenwaterput, met bijzondere aandacht voor seizoenspatronen, piekverbruiken en ruimtelijke verschillen.

Aanpak: analyse van tijdreeksgegevens van digitale watermeters
De onderzoeksvragen van dit project zijn onderzocht door recente surveydata te koppelen aan tijdreeksdata van huishoudens die al minstens één jaar over een digitale watermeter beschikken. De Watergroep bezorgde hiervoor gegevens over het kraanwaterverbruik per dag voor de periode van januari 2024 tot en met januari 2026. Daarnaast werd de dataset verrijkt met meteorologische gegevens van het KMI om het verband tussen het waterverbruik en de weersomstandigheden te onderzoeken.

Resultaten: regenwaterverbruik verlaagt het kraanwaterverbruik, maar vangt zomerpieken onvoldoende op
Het huishoudelijk kraanwaterverbruik toonde een opvallende stijging in de warme en droge zomer van 2025, terwijl het verbruik in de warme maar natte zomer van 2024 veel stabieler bleef. De resultaten tonen aan dat een droge periode gepaard gaat met een hoger kraanwaterverbruik, maar dat dit effect sterker wordt naarmate de temperatuur hoger ligt. Daarnaast blijkt dat huishoudens met een regenwaterput gemiddeld minder kraanwater verbruiken, maar een hoger piekverbruik kenden in de zomer van 2025. Verdere analyse toont aan dat een beperkte groep huishoudens een disproportionele impact heeft op deze zomerpiek. Tegelijk verdwijnt deze piek niet volledig zonder deze extreme verbruikers en blijft er een algemeen verhoogd zomerverbruik zichtbaar. Verder tonen de resultaten aan dat vooral het gebruik van regenwater belangrijk is en niet zozeer de grootte van de
regenwaterput. Vooral het gebruik van regenwater binnenshuis zorgt voor een substantieel lager kraanwaterverbruik. Tot slot blijkt uit de analyse dat er structurele maar stabiele verschillen in het kraanwaterverbruik bestaan tussen de verschillende provincies. West-Vlaanderen kent structureel het laagste kraanwaterverbruik. Ook het verschil tussen huishoudens met en huishoudens zonder regenwaterput is daar het grootst.

Context: a need for insight into the temporal aspects of water consumption patterns
The research project Watergedrag in Vlaanderen showed that households with a rainwater tank use, on average, 18 m³ less tap water per year. However, based on annual consumption data, it was not possible to ascertain how these differences manifest themselves over time. This study therefore focuses on the temporal patterns of domestic tap water consumption in relation to a rainwater tank, with particular attention to seasonal patterns, peak consumption and spatial differences.

Approach: analysis of time series data from digital water meters
The research questions of this project were investigated by linking recent survey data to time-series data from households that have had a digital water meter for at least one year. De Watergroep provided data on daily tap water consumption for the period from January 2024 to January 2026. In addition, the dataset was enriched with meteorological data from the Royal Meteorological Institute (KMI) to investigate the relationship between water consumption and weather conditions.

Download
Heeft u een vraag over deze publicatie?