Doorontwikkeling van de Waterwijzer Natuur voor laagvenen, beekdalen en plassen
Details
Ecohydrologie
KWR rapport
Klimaatverandering, ‘bodem en water sturend’, de watertransitie, stikstofdepositie, ruimtelijke adaptatie, en andere toekomstige ontwikkelingen zullen de waterhuishouding veranderen. De veranderde waterhuishouding heeft effect op vochtcondities in de wortelzone. Op hun beurt zal de veranderende vochthuishouding processen in de bodem beinvloeden. Hierdoor werkt een verandering in vochtcondities door op andere standplaatscondities, zoals zuurgraad en voedselrijkdom.
In het kader van het Deltaprogramma Zoetwater is een effectmodule natuur ontwikkeld om te kunnen voorspellen hoe veranderingen in waterbeheer en klimaat doorwerken op natuur. Voor terrestrische en grondwaterafhankelijke natuur is daartoe de Waterwijzer Natuur (WWN) toegepast op de Deltascenario’s (Nijp e.a., 2019). Dit heeft tot zinvolle inzichten geleid. De toepasbaarheid van de landelijke effectmodules was echter begrensd. Dit was één van de bronnen die zorgen voor onzekerheid in de modeluitkomsten. Uit de voorgaande analyse kwam naar voren dat met name de toepasbaarheid in aquatische natuur, duinen, natuur onder invloed van brak water, en veengebieden begrensd is (Tabel 1-1 en Figuur 1-1).
Om de effectvoorspelling te verbeteren, met name in gebieden rondom oppervlaktewateren, is als doel gesteld om de Waterwijzer Natuur te verbeteren voor de landschapstypen laagveenmoerassen, beekdalen, en plassen. Verschillende doorontwikkelingen van de WWN zijn denkbaar, die ieder een aspect in de effectvoorspelling kunnen verbeteren.